Wouter van de Staaij

Als vijftienjarige ging hij al de straat op om te collecteren voor Amnesty. Nu, vier jaar later, coördineert Wouter van de Staaij zelf de collecte in Groningen en is hij actief in de lokale studentengroep. Afgelopen zomer nam hij samen met dertig jongeren deel aan een Amnesty-zomerkamp in Marokko. 'In Marokko voeren ze heel anders actie dan bij ons.'

© Jorn van Eck / Amnesty InternationalZijn Amnesty-activiteiten heeft hij vanwege zijn studie de laatste maanden even op een wat lager pitje gezet. 'De beschikbare studietijd voor studenten wordt steeds krapper, dus ik moet helaas keuzes maken', verontschuldigt hij zich, ‘alhoewel de collectebussen al weer klaar staan in de gang.’ Van de Staaij (19) studeert in Groningen Internationale Betrekkingen en Internationale Organisatie en hij zit in het bestuur van een studentenorganisatie. Met een medestudente deelt hij een hofwoninkje in de Groningse binnenstad.

 

Afgelopen zomer nam hij deel aan een studentenuitwisselingsproject van Amnesty in Marokko. Die reis heeft een onuitwisbare indruk op hem gemaakt. De studenten wisselden onder meer ervaringen uit over verschillende manieren van actievoeren. Al snel kwamen de Nederlanders erachter hoe anders ze dat doen in Marokko. 'Bij een actie voor Darfur maakten de Marokkanen bijvoorbeeld gebruik van bebloede babypoppen, die ze op straat legden. En voor het thema moedersterfte plaatsen ze foto's van dode moeders op hun website. Wij zouden zoiets nooit doen, dat is veel te heftig.' Eén ding is hem erg bijgebleven: de Marokkaanse studenten zijn enorm gemotiveerd. 'Ik denk dat ze zelf veel dichterbij het werk van Amnesty staan. Hier in Nederland hebben veel mensen toch een beetje het gevoel dat het een ver-van-mijn-bedshow is. De Marokkaanse studenten die in aanraking komen met Amnesty kunnen het veel beter koppelen aan de dagelijkse realiteit. Een gelijke behandeling van man en vrouw bestaat in Marokko bijvoorbeeld veel minder dan hier. Ook in Nederland denk ik dat mannen en vrouwen nog steeds niet gelijk worden behandeld, maar ze hebben wel dezelfde rechten.'


Amnesty is in Marokko veel minder groot en ook minder bekend dan in Nederland. De organisatie wordt in Marokko niet erkend maar wel gedoogd. 'Er is echter een aantal thema's verboden, daarop mag geen campagne worden gevoerd. Acties over het koningshuis, homorechten en de Westelijke Sahara worden bijvoorbeeld niet gewaardeerd. Vrouwenrechten en Guantánamo Bay zijn juist weer heel populaire thema's.'


In Marokko heeft Van de Staaij de noodzaak van Amnesty met eigen ogen gezien. ‘De sociale en economische omstandigheden waarin veel Marokkanen opgroeien en leven zijn volgens mij net zo zeer een mensenrechtenschending als het niet kunnen geven van je mening. Natuurlijk is het belangrijk dat je vrije toegang hebt tot internet, maar zonder elektriciteit of stromend water is bloggen toch echt een stuk lastiger.’ De kinderarbeid die hij bij veel kleine bedrijfjes zag, maakte grote indruk op hem. 'Sindsdien is ook mijn twijfel weggenomen over de keuze van Amnesty zich mede te gaan richten op sociaal-economische rechten. Ik ben me nu veel meer bewust van dat belang.' En ook het gebrek aan vrije meningsuiting zag hij in de dagelijkse praktijk. 'Ouderen willen hier vaak nog steeds geen petities tekenen. Ze zijn bang voor de staat.'


Van de Staaij werd in 1991 geboren ('ik ben van na de val van de Muur'), als jongste van vier kinderen in een hecht gezin in Schiedam. 'Wij zijn thuis heel bewust opgevoed. Een van mijn broers studeert watermanagement, mijn oudste broer is consultant bio-energie en mijn zus heeft een Master Internationaal Recht afgerond. Dat ik iets voor een organisatie als Amnesty ben gaan doen, is dus niet zo gek.'


Amnesty International trok al jong de aandacht Van de Staaij. Vooral het fenomeen gewetensgevangenen boeide hem 'Voor mij zijn dat toch een beetje moderne helden, dat sprak me heel erg aan.' Omdat hij graag 'iets nuttigs' wilde doen, reageerde hij in 2007 op een oproep van Amnesty voor collectanten. Dat heeft hij drie jaar gedaan en sinds vorig jaar coördineert hij de collecte in Groningen.


Toen hij vorig jaar ging studeren, werd hij lid van een studentenvereniging maar hij miste soms een beetje het engagement bij zijn medestudenten. De Amnesty-studentengroep vulde dat gat op. 'Je doet iets samen met mensen die dezelfde normen en idealen hebben als jij. Je hebt niet alleen de basisdiscussies over mensenrechten, maar je kunt echt verder gaan. In een ontspannen sfeer bij elkaar komen met gelijkgestemden, dat spreekt me erg aan.' De Groningse studentengroep organiseert film- en schrijfavonden en organiseert jaarlijks het Groningse popfestival Noordervrijheid. 'Mijn jaarclubgenoten noemen we wel de “we are the world-man”, lacht hij, 'maar ze waarderen het zeer dat ik me inzet voor Amnesty en er zoveel tijd insteek.'

 

Wouter van de Staaij (9 oktober 1991), Groningen, student Internationale Betrekkingen en Internationale Organisatie, Amnesty-lid sinds 2010.

DISCLAIMER
Bovenstaande getuigenis bevat persoonlijke verhalen, meningen en belevingen van de geïnterviewde. Het betreft hier dus niet een door Amnesty onderzochte case.