Wim Obbink

Wim Obbink (84) behoort tot de oud-gedienden van Amnesty. Tientallen jaren schreef hij brieven aan gewetensgevangenen, van Turkije tot Cuba en van Israël tot Peru. De mensen voor wie hij schreef zijn een deel van zijn leven geworden. Stoppen? Het komt niet eens in hem op. ‘Ik blijf schrijven tot ik erbij neerval.’

Onlangs had hij een familiereünie. Iedereen moest in drie beelden aangeven wat bepalend was geweest voor zijn of haar leven. Obbink had een foto van een zelfgemaakt houtsnijwerk meegenomen dat het samengaan van alle geloven symboliseert en een foto van het Nationaal Indië Monument in Roermond. Als laatste had hij een krantenfoto uit de vroege jaren negentig meegebracht. Daarop is te zien hoe hij namens Amnesty in Den Haag demonstreert tegen politieke moorden en 'verdwijningen'. 'Actie werkt', staat op het bord dat hij omhoog houdt.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest Obbink onderduiken. Die ervaring heeft hem getekend voor het leven. ‘Ik weet nog goed dat ik op weg was naar mijn onderduikadres in de Achterhoek en dat ik dacht: “Nu wordt me mijn vrijheid afgepakt.” Vrijheid kun je namelijk pas begrijpen als ze je wordt afgenomen.'
De ervaringen van toen zijn van doorslaggevende betekenis geweest voor de rest van zijn leven, zegt hij. Toen de Nederlandse afdeling van Amnesty International eind jaren zestig werd opgericht, hoefde hij dan ook niet lang na te denken. ‘Dit was de club waarvan ik lid wilde worden, dat was een must voor me.’ Ook het geloof is belangrijk voor Obbink. Zijn keuze voor Amnesty is daar mede op terug te voeren. 'Voor mij heeft Amnesty alles te maken gerechtigheid, een bijbels kernwoord.'

Hij en zijn vrouw Jante (83) woonden begin jaren zeventig in Pijnacker, waar ze aan de wieg stonden van de eerste lokale Amnesty-groep daar. Toen het echtpaar vele jaren – en vele brieven – later naar Bennekom verhuisde, meldde het zich ook daar meteen aan bij de Amnesty-groep.  Ontelbaar veel brieven schreven ze samen met de veelal jonge en zeer enthousiaste mensen daar. ‘Je boekt lang niet alleen succes stories. Soms moet je een hele lange adem hebben’, lacht Obbink. 'Maar ook al helpen de brieven misschien niet altijd, ze geven toch moed', vult zijn vrouw aan.

De briefwisselingen met gevangenen leverden het echtpaar Obbink vaak prachtige verhalen op. En soms ook onvergetelijke ontmoetingen. Zo is er het verhaal van de Koerdische Ibrahim Carboga. Er ontstond een levendige schrijfrelatie tussen de groep Bennekom en deze gewetensgevangene in Turkije. Soms was hij in de gelegenheid terug te schrijven, een enkele keer stuurde hij zelfs foto’s. Zo kwam Obbink erachter dat Carboga kon schaken. ‘Ik ben toen – per brief – een schaakpartij met hem begonnen. In iedere brief deden we een zet. Telkens als ik hem een zet had gestuurd en hij daarover moest nadenken, zo vertelde hij me later, was hij “vrij”. Dat is voor hem ontzettend belangrijk geweest.’

In 1992 werd Carboga vrijgelaten. Via allerlei omzwervingen kwam hij in Zwitserland terecht, waar Obbink en zijn vrouw hem niet lang na zijn vrijlating gingen opzoeken. ‘Dat was een heel emotionele ontmoeting. Hij was zo ontzettend blij om ons te zien’, aldus Obbink. Later, toen de Amnesty-groep in Bennekom twintig jaar bestond, nodigde de groep Carboga uit om aan de aanwezigen zijn verhaal te komen vertellen. 'Bij die gelegenheid hebben we de schaakpartij “live” uitgespeeld. Het werd remise. Dat was een fantastische ervaring. Op deze manier komt Amnesty's werk wel heel dichtbij.’

Amnesty is een deel van hun leven, van hun identiteit geworden. Zo heeft het echtpaar bijvoorbeeld nog steeds contact met een Cubaanse arts voor wie ze ooit brieven schreven, Omar del Poso. 'We schreven die brieven in samenwerking met Amnesty Mexico, dat was vooral handig voor de taal. Op een gegeven moment kregen we te horen dat Del Poso vrijkwam en dat hij, samen met zijn vrouw, was overgebracht naar een asielzoekerscentrum in Toronto. Het toeval wilde dat de dochter van het echtpaar Obbink in Canada woonde en met het nodige speurwerk wisten ze Del Pozo te vinden. ‘Die ontmoeting zullen we nooit vergeten. We hadden iets formeels verwacht, even handjes schudden en hem meedelen dat we voor hem geschreven hadden' aldus Obbink. 'Maar dat was een complete vergissing. We werden omhelsd. Omar liet weten hoe belangrijk onze inzet voor hem was geweest. Hij was zo blij om vrij te zijn en hij sprak zo rooskleurig over zijn toekomst dat ik meende hem er op te moeten wijzen dat hem waarschijnlijk nog een moeilijke tijd te wachten stond. Maar hij zei: “Weet je wel wat vrijheid betekent? Ik kan de zon weer zien en ik kan de bomen omarmen!”’

Maar het mooist vindt Obbink de omschrijving van de gevangen Palestijn Abed al Ahmar, waar hij jarenlang brieven voor schreef. Anderhalf jaar na zijn vrijlating (in 2004) hield hij een toespraak voor een paar lokale Amnesty-groepen en zei toen over alle post die hij in de gevangenis ontvangen had: 'De tekeningen, die de kinderen hebben gemaakt met hun engelenhandjes hebben mij enorm geraakt; deze brieven heb ik allemaal bewaard. Kinderen, ik zal jullie nooit vergeten. Jullie tekeningen brachten de kleur terug in mijn wereld. Zodoende werd ik even bevrijd van de echte wereld, een wereld vol politieke criminelen.'

De dankbaarheid van de mensen voor wie ze in de loop der jaren geschreven hebben, dat is misschien wel wat Obbink het meest is bijgebleven. ‘Maar als je bedenkt wat deze mensen hebben moeten doorstaan om de vrijheid van anderen te bevechten...dan moeten wij hen eerder dankbaar zijn.’

 

Wim Obbink (4 februari 1927), Ermelo, gepensioneerd accountant/boekhouder, Amnesty-lid sinds 1973.

DISCLAIMER
Bovenstaande getuigenis bevat persoonlijke verhalen, meningen en belevingen van de geïnterviewde. Het betreft hier dus niet een door Amnesty onderzochte case.