Tiny Ribbens

'Groep Haarlem' is de oudste en een van de actiefste Amnesty-groepen van Nederland. Tiny Ribbens is een van de trekkers. 'Amnesty zit in mijn genen.'

© Jorn van Eck / Amnesty International

Ze is van het type 'als je lid bent, moet je er ook wat voor doen'. Tiny Ribbens (67) heeft net de evaluatie van de 10-decemberactie afgerond en nu staan de collectebussen alweer klaar in de gang. En dan is er nog het 45-jarig jubileum van de groep, waar ze druk mee is. 'Het is inmiddels zo'n beetje mijn dagtaak geworden. Ik vóel me Amnesty.'
Organiseren zit haar in ‘t bloed en ze heeft, zoals ze zelf zegt, 'de luxe' dat ze  veel tijd kan besteden aan het vrijwilligerswerk. Maar stilzitten is sowieso niks voor haar. Nooit geweest ook.


Rond 1975 werd ze in lid van Amnesty. Echt actief voor de organisatie werd ze toen ze in 1978 naar Waddinxveen verhuisden voor het werk van haar man. Daar deed ze al veel binnen het vrijwilligerscircuit. Naast Amnesty was ze ook actief voor de kerk, het CDA Vrouwenberaad en de plaatselijke Vrouwenraad. Ze was in Waddinxveen een van de aanjagers van het gemeentelijk emancipatiebeleid. 'Ik heb het altijd heel oneerlijk gevonden dat veel mannen zich meer rechten toegeëigend hadden dan vrouwen. Daar wilde ik me persoonlijk voor inzetten. Samen, met anderen, want in je eentje red je het niet. Dat geldt voor Amnesty net zo.'


Toen ze later naar Stadskanaal verhuisden heeft ze, naast haar politieke taken binnen de provincie en haar werk als secretaris van de Algemene Handelsvereniging en Centrum Winkeliers Stadskanaal, ook een Amnesty-groep opgericht. Inmiddels had ze in die 17 jaar bij de Amnestygroep Waddinxveen zoveel ervaring opgebouwd dat ze dat aandurfde.


Amnesty zit in haar genen, zegt ze. 'Ik doe dit werk vanuit een heel sterk rechtvaardigheidsgevoel. Een gevoel dat ook niet meer weggaat. Ik heb dat van huis uit meegekregen, mijn vader had het ook.' Ter illustratie haalt ze een voorbeeld van vroeger aan: 'Ik was nog klein toen de watersnoodramp van 1953 plaatsvond. Van mijn vader moesten wij toen als kinderen allemaal iets van ons speelgoed afstaan aan een kind in Zeeland. Niet iets waar we niet meer naar omkeken, maar juist iets waar we heel graag mee speelden. “Omzien naar een ander”, noemde hij dat. Dat laatste zit er ook bij mij heel sterk in.'


Ze benadrukt hoe belangrijk ze het vindt dat kinderen al van jongs af aan het gevoel van rechtvaardigheid meekrijgen. Ze heeft het ook op haar eigen zoon en dochter kunnen overbrengen, 'zonder krampachtig te willen zijn'. Daarom was het des te leuker dat haar dochter zich vorig jaar zelf had aangemeld om te collecteren. 'En ik heb ze nooit gevraagd lid te worden van Amnesty, maar ze zijn het allebei.'  

Ribbens schroomt niet om de media te benaderen wanneer 'haar' groep in actie komt. En daarbij boekt ze niet zelden succes. 'Publiciteit is ook voor Amnesty belangrijk, met name op tv', vindt ze. 'Mensen moeten je kennen. De landelijke organisatie is nu veel bekender dan toen ik begon. Tegenwoordig kennen de meeste mensen Amnesty. We komen over als een betrouwbare club. Je hoeft niet vaak meer iets uit te leggen als je het over Amnesty hebt.'


Haar aangrijpendste herinnering is zonder twijfel de stille tochten door Den Haag, waaraan ze begin jaren 80 meedeed. Het was ten tijde van de verdwijningen in Argentinië. Vrouwen uit heel Nederland droegen tijdens de tocht een wit hoofddoekje met een naam van een verdwenen persoon erop, als steunbetuiging aan de Dwaze Moeders in Argentinië.  'We waren toen met zoveel mensen. Die stilte, die was zeer indrukwekkend. Het ontroert me nog steeds als ik hierover praat. Je voelde op dat moment ook echt dat je het voor die mensen deed. Die saamhorigheid, samen proberen een regering tot andere inzichten te brengen, dat is voor mij het Amnesty-gevoel.' Ze voelt zich trots om deel uit te maken van de organisatie en op die manier iets goeds te kunnen doen voor een ander. 'Maar of het nu Aung San Suu Kyi of Jantje of Pietje is die door onze steun vrijkomen, dat maakt mij niet uit – ik vind ze allemaal even belangrijk.'


Dat de cases waarvoor Amnesty zich inzet soms een lange adem vereisen, ontmoedigt haar niet. 'Dit werk is zó belangrijk. Je doet het niet voor jezelf maar voor mensen elders in de wereld die niet voor zichzelf op kunnen komen. Ik heb het er voor over om daar veel tijd in te steken. De mensen die gevangen zitten moeten het volhouden, dus wij ook!'

 

Tiny Ribbens (18 juni 1943), Haarlem, gepensioneerd secretaresse,Amnesty-lid sinds 1975.

DISCLAIMER
Bovenstaande getuigenis bevat persoonlijke verhalen, meningen en belevingen van de geïnterviewde. Het betreft hier dus niet een door Amnesty onderzochte case.