Latifa Bouchmal

Amnesty International maakt duidelijke keuzes en heeft impact. Daarom voelt Latifa Bouchmal uit Amsterdam, sinds een paar jaar lid, zich trots om van deze organisatie deel uit te maken. ‘Amnesty gaat verder dan andere goede doelen.’

© Jorn van Eck / Amnesty InternationalLatifa Bouchmal (27), in het dagelijks leven pedagogisch medewerker op een kinderdagverblijf in Amsterdam, werd een paar jaar geleden op het Leidseplein aangesproken door iemand van Amnesty. Of ze lid wilde worden van de mensenrechtenorganisatie. ‘Ik had wel van Amnesty gehoord maar had me er verder nooit inhoudelijk in verdiept. Die jongen vertelde me waar de organisatie voor staat en wat ze zoal doet en dat sprak me aan. Toen ben ik meteen lid geworden.’


Er bestaan al zoveel goede doelen, en van een aantal Derde Wereld-organisaties is ze zelf ook lid, maar Amnesty voegt echt wat toe doordat ze opkomen voor gewetensgevangenen, vindt ze. ‘Amnesty gaat verder dan andere goede doelen.’ Ze vindt dat iedereen recht heeft op vrijheid van meningsuiting. ‘Wat ik ook heel belangrijk vind, is vrijheid van geloof. Ik ben zelf moslima en als ik mijn geloof niet kan praktiseren zou ik me heel eenzaam voelen en gevangen.’

 

Na de aanslagen van 11 september 2001 in New York merkte ze dat er in Nederland anders naar haar werd gekeken door haar hoofddoek. Ze kreeg te maken met discriminatie. ‘Dat was de eerste keer dat ik dat meemaakte. Mensen kennen me helemaal niet, maar alleen omdat ik een hoofddoek draag word ik gediscrimineerd. Mensen riepen dat ik onderdrukt werd en dat ik verplicht werd om ‘m te dragen. Dat ik een hoofddoek draag is mijn eigen keuze, niet omdat ik dat van mijn ouders moet.'Ze voelt zich persoonlijk aangevallen op zo'n moment, zegt ze. 'Alsof ik een slecht karakter zou hebben omdat ik een hoofddoek draag.’


Ze vindt het heel goed – en van groot belang – dat zo’n grote en bekende organisatie als Amnesty opkomt voor gewetensgevangenen. ‘Ik vind het onbegrijpelijk dat er mensen in de gevangenis belanden om hun mening of omdat ze opkomen voor hun rechten. Ik begrijp niet dat dat wordt gezien als een bedreiging voor de maatschappij of voor de regering. Ieder individu kan voor zichzelf denken en bepalen welke richtlijnen hij of zij wil volgen in het leven. Dat kan en mag niemand voor jou bepalen. Daarom vind ik het ook zo goed dat Amnesty opkomt voor de mensenrechten van alle mensen, ongeacht hun religie. Ik kan me niet voorstellen dat iemand mij verbiedt om moslim te zijn. Dat is net alsof je iemand vraagt om niet meer te ademen.’


Het nieuws volgt ze met name via internet en Facebook. ‘En ik ben een teletekst-freak.’ Ze werd zeer gegrepen toen ze via internet hoorde over de executie van de Iraanse Zahra Bahrami eerder dit jaar. ‘Dat zoiets nog gebeurt, dat kan ik me nauwelijks voorstellen, echt vreselijk. Daarom vind ik Amnesty zo’n belangrijke organisatie. We hebben haar misschien niet kunnen redden maar genoeg anderen wel.’ Bouchmal is fel tegen de doodstraf. ‘Heel veel onschuldige mensen krijgen de doodstraf, dat is toch het ergste wat je kan overkomen. Het is zo belangrijk dat Amnesty deze mensen blijft steunen. Mensen die hulp nodig hebben moeten die ook kunnen krijgen.’


Heel recent deed ze nog mee aan een e-mail-actie van Amnesty voor Egypte. In de toekomst zou ze zich graag nog wat actiever inzetten voor de organisatie, maar vooralsnog ontbreekt haar de tijd daarvoor. ‘Zo’n e-mail-actie is heel makkelijk en kost weinig tijd. Ik maak keuzes uit de zaken die er wat mij betreft uitspringen, dingen die ik persoonlijk belangrijk vind, maar dat zijn er eigenlijk heel veel.’

 

Latifa Bouchmal (14 juli 1983), Amsterdam, pedagogisch medewerker kinderdagverblijf, Amnesty-lid sinds 2006.

DISCLAIMER
Bovenstaande getuigenis bevat persoonlijke verhalen, meningen en belevingen van de geïnterviewde. Het betreft hier dus niet een door Amnesty onderzochte case.