Karien Smeding

Meer dan twintig jaar was ze actief voor Amnesty. In de jaren tachtig als brievenschrijver, later in de Regionale Kontakt Groep (RKG) en uiteindelijk als landenmedewerker Eritrea. Nu is Karien Smeding (46) uit Amsterdam 'alleen' nog maar lid. En dat is even wennen. 'Ergens bloeit nog wel iets van activisme.'

Ze was amper twintig toen ze lid werd van Amnesty. 'Uit eigen beweging', zegt ze, 'ik kwam niet uit een actievoerdersnest.' Het waren de roerige jaren tachtig en ze was, meer dan anderen om haar heen, geboeid door mensenrechten, die op steeds meer plekken in de wereld onder druk leken te staan. Vooral Charta 77, de mede door de latere president Václav Havel opgerichte mensenrechtenorganisatie in Tsjechoslowakije, fascineerde haar. Het spoorde haar aan zich aan te melden voor de Amnesty-schrijfavonden in Leeuwarden, waar ze toen woonde. 'Ik had een heilig geloof in het schrijven van die brieven', vertelt Smeding aan de keukentafel, bij haar thuis in het Amsterdamse Oostelijk Havengebied. Toen ze niet lang daarna naar Groningen verhuisde, meldde ze zich daar aan bij een lokale Amnesty-groep. Vanaf 1988 werd ze actief groepslid in Amsterdam en was ze onder meer actiecoördinator en groepenbegeleider van de Regionale Kontakt Groep.

Haar finest hour beleefde Smeding in de jaren negentig, de glorietijden van het Amsterdamse vrijwilligersleven, zoals ze ze zelf noemt. 'In Amsterdam waren wel vijfentwintig Amnesty-groepen actief. Zoals toen is het nooit meer geworden.' Het was in de tijd van de grote China-actie op de Dam, in 1996, en de actie voor vluchtelingen in het Vondelpark in 1997. 'Alle Amsterdamse groepen deden daar toen aan mee. Dat gevoel van verbondenheid, dat zal ik niet snel vergeten.' Die acties hebben me enorm geïnspireerd om door te gaan. Dit waren duidelijke voorbeelden van wat je kunt neerzetten als je een groep enthousiaste vrijwilligers motiveert.'
Maar de mooiste herinneringen heeft ze aan de trommelactie voor Ken Saro-Wiwa, begin jaren negentig, op de stoep van de Amsterdamse poptempel Paradiso. 'Kippenvel', zegt ze. Die saamhorigheid van activisme, dat is voor Smeding het Amnesty-gevoel. 'Dat is wat me in de loop der jaren het meest is bijgebleven. In de jaren negentig was het echt “wij met z'n allen”. Dat heeft grote indruk op me gemaakt.'

Wat dat betreft zijn de tijden wel veranderd, verzucht ze met een zweem van nostalgie. Ze wijt het aan de tijdsgeest, aan de veranderde samenleving. 'Kijk hoe moeilijk het tegenwoordig is om mensen te mobiliseren voor 10 december. Jarenlang stonden we op die dag met z'n allen op het Leidseplein, maar als er geen trekkers meer zijn, stort het geheel als een kaartenhuis in elkaar.' In combinatie met een kind en een onregelmatige baan, was dat voor haar de reden om vijf jaar geleden haar activiteiten op een lager pitje te zetten. Meer dan twintig jaar van haar leven hadden in het teken gestaan van de club, nu mochten anderen het stokje van haar overnemen. Maar Smeding had ook, geeft ze toe, moeite met de professionalisering van de Amnesty-organisatie. Steeds meer zaken werden centraal geregeld vanuit het secretariaat in Amsterdam. In 2000 namen de regiocoördinatoren een groot deel van de taken van de Regionale Kontakt Groepen over. 'Misschien had ik toen moeten solliciteren op een van die nieuwe functies', lacht ze. 'Maar Amnesty was mijn hobby, en om er mijn werk van te maken vond ik toen geen goed plan. Daar heb ik soms wel eens spijt van gehad.' Of de organisatie door de toegenomen professionalisering ook meer impact in de wereld heeft gekregen, durft ze niet te zeggen. Eerlijk gezegd twijfelt ze daar aan. 'Ik heb niet het idee dat Amnesty tegenwoordig méér leeft. In de jaren negentig waren we bekender dan nu.' Maar, vervolgt ze: 'Moedeloos ben ik nooit geweest.' Het is dan ook nog nooit bij haar opgekomen om haar Amnesty-lidmaatschap op te zeggen. 'Dat zal ook nooit gaan gebeuren. Toen mijn zoon geboren werd, heb ik hem ook meteen lid gemaakt. Mijn beweegredenen zijn nog net zo sterk als toen. Ik zal Amnesty altijd blijven steunen.'

 

Karien Smeding (13 september 1964), Amsterdam, docent juridisch informatie- en kennismanagement Hogeschool van Amsterdam,  Amnesty-lid sinds 1988.

DISCLAIMER
Bovenstaande getuigenis bevat persoonlijke verhalen, meningen en belevingen van de geïnterviewde. Het betreft hier dus niet een door Amnesty onderzochte case.