Anne Nijtmans

In een mooi, oud pand in de Nijmeegse binnenstad woont Anne Nijtmans, journaliste bij dagblad De Gelderlander. Al bijna tien jaar is ze lid van Amnesty en ze viert, net als de mensenrechtenorganisatie, op 28 mei haar vijftigste verjaardag. 'Net als dat ik lid ben van een vakbond, ben ik ook lid van Amnesty. De organisatie zet zich in voor zaken die ik belangrijk vind.'

'Ik ken Amnesty al lang en ik heb de organisatie altijd een warm hart toegedragen', vertelt de Nijmeegse. 'In het vakblad voor journalisten staan regelmatig berichten over collega's in andere landen die gevaar lopen tijdens het uitoefenen van hun beroep.' Toen ze jaren geleden op straat in Nijmegen werd aangesproken door iemand van Amnesty hoefde ze dan ook niet lang na te denken. 'Ik word niet zomaar ergens lid van, maar als ik érgens lid van moet zijn, dan is het van Amnesty.' Een paar keer heeft ze meegeholpen tijdens de landelijke collecteweek, maar verder noemt ze zichzelf 'minimaal' lid. 'Als je voor Amnesty langs de deuren gaat om geld op te halen, hoef je nooit wat uit te leggen. Iedereen kent de organisatie en de kaars met prikkeldraad. Een heel sterk logo vind ik dat.'

In het verleden werkte ze een tijdje als eindredacteur op de buitenlandredactie van de krant. 'Dag in dag uit ben je dan nieuwsberichten aan het scannen. Dan krijg je een goed beeld van wat er in de wereld speelt.' Ze vervolgt: 'Amnesty gaat over mensenrechten, over dat je de waarheid mag zeggen. Dat is ook wat journalisten doen: het vertellen van de – soms onwelgevallige – waarheid. Het is triest dat veel collega's daardoor in moeilijkheden komen. Je moet kunnen zeggen en schrijven wat je wil. En je moet kunnen zijn wie je wil zijn. Dat vind ik heel belangrijk.' Het is voor haar de belangrijkste reden om lid te zijn voor Amnesty. 'Je kunt niet overal in je eentje achteraan gaan. Dus geef ik de dingen uit handen. Net als dat ik lid ben van een vakbond, ben ik ook lid van Amnesty. De organisatie zet zich in voor zaken die ik belangrijk vind.'


Ze herinnert zich nog goed dat Amnesty International in 1977 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. 'Ik weet nog dat ik het heel bijzonder vond dat een organisatie de prijs kreeg en niet een persoon. Ik zat nog op de middelbare school en was net bezig me een beetje los te maken van het platteland waar ik opgroeide. Ik begon me te interesseren voor de wereld, wilde verder kijken dan mijn eigen dorp. In die tijd waren de regimes in Chili en Argentinië, die mensen martelden en lieten verdwijnen, veel in het nieuws. Deze verhalen maakten veel indruk. Ik vond het goed dat Amnesty die onrechtvaardigheden aan de kaak stelde.’

Een deel van haar jeugd bracht ze door in een volkswijk in het Gelderse Beneden-Leeuwen, waar veel schippers en Indonesische repatrianten woonden. Een buurt waar solidariteit heel belangrijk was. 'Als iemand net bevallen was, dan was daarna door de vrouwen uit de buurt het huis gepoetst en stonden er bloemen op tafel en een pan soep op het vuur. Onderscheid in mensen werd er niet gemaakt. Rechtvaardigheid en hulpvaardigheid waren er vanzelfsprekend.' Haar eerste schreden op journalistiek vlak zette ze eind jaren tachtig, als medewerker van Radio Rataplan, ooit de stem van kritisch Nederland. De piratenzender was voortgekomen uit de kraakbeweging en werd bemand door activisten pur sang die de confrontatie niet schuwden, maar ook door mensen die kritische journalistiek bedreven. Zelf behoorde ze tot die laatste groep. Toch kiest ze nu, jaren later, liever voor een wat minder omstreden club. Amnesty vindt ze een 'gedegen organisatie'. 'Amnesty is niet radicaal, de club verkondigt geen omstreden standpunten, dat spreekt me aan. Iedereen is het er in de basis toch wel mee eens dat de mensenrechten gerespecteerd dienen te worden. Daar valt weinig op af te dingen.'

Ze is benieuwd wat Amnesty de komende tijd gaat doen nu het politieke klimaat in Nederland aan het verharden is. 'Ik ben echt geen voorstander van ongebreidelde migratie maar wat er nu gebeurt, is dat mensen worden vermorzeld. Kinderen die al tien jaar in Nederland wonen worden teruggestuurd. Ze spreken niet eens meer de taal van hun eigen land. Ik hoop dat dit Amnesty's volste aandacht heeft. Er zouden wel eens donkere tijden kunnen aanbreken voor de mensenrechten in Nederland.'

 

Anne Nijtmans (28 mei 1961), Nijmegen, journalist, Amnesty-lid sinds 2001.

 

DISCLAIMER
Bovenstaande getuigenis bevat persoonlijke verhalen, meningen en belevingen van de geïnterviewde. Het betreft hier dus niet een door Amnesty onderzochte case.