Olga Ivinskaya & Daw Khin Khin Leh

Sinds 1961 voerde Amnesty International actie voor honderdduizenden mensen. Hieronder zetten we er twee naast elkaar: een uit de beginjaren en een uit de recente Amnesty-geschiedenis.

Weinig mensen weten nog wie Olga Ivinskaja was. Veel meer mensen herinneren zich 'Lara', de vrouwelijke hoofdpersoon uit de roman Dokter Zjivago van Nobelprijswinnaar Boris Pasternak. In de Amerikaanse verfilming wordt ze gespeeld door Julie Andrews. In de Sovjet-Unie zat de echte Lara in een strafkamp. Want Olga, de muze van Pasternak, moest boeten voor het feit dat de autoriteiten de wereldberoemde auteur nooit durfden aan te pakken, en zijn minnares wel. Olga was een van de negen geportretteerden in een boek waarmee Amnesty in 1961 de eerste gewetensgevangenen aan de wereld presenteerde. Olga was schrijfster en redactrice. In 1950, toen ze zwanger was van Pasternak, werd ze de eerste keer gearresteerd en vijf jaar opgesloten. In de afschuwelijke kampomstandigheden kreeg ze een miskraam. In 1960, heel kort na Pasternaks dood, werd ze samen met haar dochter opnieuw gearresteerd, nu op beschuldiging van 'spionage'. Ze kreeg vier jaar kamp. Radio Moskou beschuldigde haar in internationale uitzendingen van 'fraude' met de honoraria die voor Pasternak waren bestemd. Westerse media verloren al gauw hun interesse in haar, alleen Amnesty hield de aandacht vast. Toen ze in 1964 terug naar huis mocht, bleek dat de geheime dienst alle manuscripten en brieven van haar en Pasternak in beslag had genomen. Pas in 1988 werd ze, zeer zwak en half blind, officieel gerehabiliteerd door de regering-Gorbatsjov. Ze probeerde nog jarenlang haar papieren terug te krijgen, maar de regering behandelde haar als een lastpost. Ze overleed in 1995, 83 jaar oud.


In 1999 berichtte Amnesty over de arrestatie van Ma Khin Khin Leh, een jonge lerares in Myanmar. Ze belandde samen met haar drie jaar oude dochtertje in de cel. Het meisje, volgens Amnesty 's werelds jongste gewetensgevangene, werd na enkele dagen later vrijgelaten, maar Khin Khin werd op grond van een 'noodverordening' veroordeeld tot een 29 jaar gevangenisstraf. Zij was getrouwd met een voormalig politiek gevangene en studentenactivist, een aanhanger van Aung San Suu Kyi. Amnesty vermoedde dat ze was gearresteerd omdat de autoriteiten haar man niet konden vinden. Ze werd meteen na arrestatie langdurig gemarteld. Ze werd gedwongen urenlang te staan of te hurken met spijkers onder haar voeten. Negen etmalen achtereen mocht ze niet slapen. Dat ze niet van honger omkwam, was omdat een bewaakster medelijden kreeg en haar restjes gaf. Tijdens verhoren dwong men haar de 'motorfietshouding' aan te nemen, gebogen als over een motor, en urenlang het geluid daarvan na te bootsen. Ze kreeg slaag als ze stopte. Tien jaar zat ze vast in 's lands meest beruchte gevangenis, die van Insein. Nooit kreeg ze familieleden of een advocaat te zien. Eén keer kreeg ze bezoek van het Rode Kruis. Amnesty, waaronder de Amnesty-groep Voorburg, bleef voor haar schrijven. Onverwacht werd ze in 2009 vrijgelaten. Ze woont nu net over de Thaise grens. Haar drie kinderen zijn gedwongen ondergebracht bij haar vader in Myanmar. Ze werkt in ballingschap als mensenrechtenactiviste.