Julieta Gandra & Ana Maria Pizarro

Sinds 1961 voerde Amnesty International actie voor honderdduizenden mensen. Hieronder zetten we er twee naast elkaar: een uit de beginjaren en een uit de recente Amnesty-geschiedenis.

Julieta Gandra, geboren in 1919, kreeg een opleiding als gynaecoloog aan de universiteit van Lissabon. Daar ontmoette ze Ernesto, afkomstig uit de Portugese kolonie Angola, een politieke activist en die ook letterkundige was. Ze trouwden, kregen in 1944 een zoon en scheepten zich datzelfde jaar in naar Angola. Julieta werkte in ziekenhuizen en zette zich ook voor de MPLA, de partij die de onafhankelijkheid nastreefde. Ze maakte reizen, naar Parijs, Brussel, Moskou. In maart 1959 werd ze opgepakt door de geheime dienst, samen met enkele Angolezen. Zij kreeg wel een proces, terwijl de 'negers' zonder veel formaliteit gevangen werden gehouden. Julieta's gevangenschap leidde tot veel onrust onder de blanke kolonisten: zij was een vrouw, arts, lid van de elite. Ze werd als gevangene tewerkgesteld in een psychiatrische inrichting voor vrouwen. Het vonnis was een jaar gevangenisstraf, maar onder druk van de geheime dienst werd het twee jaar, toen drie jaar, toen een straf zonder vastgesteld einde. Mario Soares, de latere premier van Portugal, was haar advocaat en mobiliseerde internationale aandacht. In 1964 koos Amnesty haar als 'gevangene van het jaar'. Het jaar daarop kwam ze vrij. Terug in Portugal zette ze zich in voor gratis gezondheidszorg, de verstrekking van de pil, publieksvaccinatie. Na de Anjerrevolutie van 1974 ging ze naar Angola om daar de gezondheidszorg op te zetten. Ze overleed in Lissabon, 90 jaar oud.

 

Ana Maria Pizarro is afkomstig uit Argentinië. Na haar studie vertrok ze naar Nicaragua, waar ze als gynaecoloog ging werken. Ze voelde zich sterk aangetrokken tot de gratis gezondheidszorg voor de armen die de socialistische sandinistische regering in de jaren tachtig doorvoerde. In 2007 kwam ze, samen met acht andere vrouwen, plotseling in de belangstelling van het Openbaar Ministerie. Een organisatie die gesteund werd door de katholieke kerk had een aanklacht ingediend omdat de vrouwen een meisje hadden geholpen bij een abortus, hetgeen in Nicaragua verboden is. Het meisje was negen en zwanger geraakt van een verkrachting. Amnesty voerde actie voor de vrouwen, omdat die slechts de menselijke waardigheid hadden verdedigd. Tweeënhalf jaar sleepten het proces en de dreiging zich voort, tot de vrouwen eind 2009 van rechtsvervolging ontslagen werden. Ana Maria verklaarde in een interview met Amnesty: 'Jonge vrouwen zeggen me dat ze niet het risico willen lopen op zwangerschap. Want als er medische complicaties optreden, krijgen ze geen behandeling als dat het leven van het kind in gevaar brengt. Er zijn nu wetten in ons land die alleen strafbaar stellen wat met de lichamen van vrouwen gebeurt. Dat is discriminatie. Tot voor kort ging je met je abortusvraag naar een raad van toezicht. Nu durft niemand meer, en arme vrouwen die niet naar het buitenland kunnen uitwijken, sterven.' Amnesty zet de actie in Nicaragua voort: abortus behoort nooit strafbaar te zijn en moet in elk geval na verkrachting en bij ernstige gezondheidsrisico's, voor elke vrouw beschikbaar zijn.