Antonio Amat & Chen Guangcheng

Sinds 1961 voerde Amnesty International actie voor honderdduizenden mensen. Hieronder zetten we er twee naast elkaar: een uit de beginjaren en een uit de recente Amnesty-geschiedenis.

© www.euskomedia.orgAntonio Amat zou volgens de internationale normen van zijn tijd nooit in de gevangenis hebben mogen komen, schreef Amnesty-oprichter Peter Benenson in 1961. Want hij was geweldoos in zijn protest tegen de Spaanse overheid. In 1958 werd hij opgesloten in de gevangenis van Carabanchel in Madrid, na een proces dat geen uitsluitsel gaf over de termijn waarop hij vrij zou komen. Amat werd in 1919 geboren in een dorp in Noord-Spanje. Zijn ouders waren arm en progressief. Amat deed zijn eerste ervaring met het strafrecht op toen hij gevangen zat in 1943, vanwege verzet tegen het fascisme. In 1945 uit die gevangenis ontslagen, ging hij rechten studeren. Geregeld werd zijn studie onderbroken door een oproep om zich bij de politie te melden, waar hij dan urenlang werd verhoord. Hij zette zich als advocaat speciaal in voor jongeren die het machtsmisbruik van de regering-Franco aan de kaak stelden. Amat moedigde hen vooral aan om kennis op te doen, de fabrieken te bezoeken, contact te leggen in Europese landen, In 1958 werd hij met 69 anderen opgepakt en aangeklaagd voor het organiseren van een democratische beweging. Toen advocaten de gevangenen niet meer mochten bezoeken, ging Amat in hongerstaking. Inmiddels was er internationale druk ontstaan om hem vrij te laten, onder meer door toedoen van een Internationaal Commissie tegen Concentratiekampen. Hij kwam eind mei 1961 vrij. Na het herstel van de democratie in 1975 weigerde hij alle aangeboden politieke functies. Hij overleed in 1979.

 

Chen Guangcheng behoort volgens internationaal recht onmiddellijk te worden vrijgelaten, stelt Amnesty. Hij is geweldloos in zijn protest tegen de Chinese overheid. In 2006 werd hij veroordeeld tot 39 maanden gevangenisstraf vanwege het ‘vernielen van bezittingen en het organiseren van betogingen die het verkeer hinderden’. Chen werd geboren in 1971 in een dorp in Oost-China. Op jonge leeftijd wed hij blind. Tot zijn 23ste kon hij lezen noch schrijven. Toen ging hij naar een school, en daarna naar de rechtenfaculteit. Zijn eerste ervaring met het strafrecht deed hij op in een ziekenhuis waar hij als masseur werkte en de verhalen van zijn cliënten hoorde. Hij organiseerde het verzet tegen de harde maatregelen van het Chinese bevolkingsbeleid, met gedwongen abortussen en politiegeweld tegen degenen die toch meer dan één kind kregen. Hij onderwees dorpelingen in de beginselen van het recht, zodat ze kans hadden zich bij de overheid te beklagen. Zijn proces duurde minder dan twee uur. Zijn advocaten konden geen bewijsmateriaal inbrengen en mochten hem niet bijstaan. Hij ging in hongerstaking. Er kwam veel internationale druk om hem vrij te laten, zoals van de Verenigde Naties, en Time zette hem in de top-100 van ‘mensen die onze wereld veranderen’. In 2010 werd zijn gevangenisstraf gevolgd door huisarrest. Thuis is hij, ondanks permanente politiebewaking, in februari dit jaar mishandeld door onbekenden nadat een video met een verklaring van hem via internet was verspreid.